Dag 3 Tecopa - Death Valley NP
Het camper was vannacht erg warm, dus we hebben de airco aangedaan. Dat maakt een enorme herrie, maar het was kiezen tussen herrie of bloedhitte. Rond 5 uur worden we wakker en om 6 uur rijden we weg. Eerste stop de natuurlijke hotsprings vlakbij de campground. Deze vind je aan de Tecopa Hot Spings Road bij het bordje dip, aan de rechterzijde (gezien vanuit de campground). Bij het stuk met het hoge gras moet je wegblijven, daar zitten 'mud bites' die gemeen kunnen steken. We lopen helemaal tot het eind en steken voorzichtig onze tenen even in het water. Yep, dat is best hot. Heel surrealistisch om zó vroeg midden in de woestijn bij een warme waterbron te staan. Als we weggaan komt de eerste local eraan om even te relaxen in het water.
Hierna rijden we via het plaatsje Soshoshe en hwy 178 Death Valley binnen. Onderweg eten we iets en bezoeken we Badwater (laagste plek in Amerika met 86m beneden zeespiegel en een enorme zoutvlakte), via een korte dirtroad Devil's Golfcourse (zout'rotsen') en als laatste Artist Drive. Hier kun je stoppen bij Artist Palette waar je een fantastische kleurenpracht ziet die steeds veranderd afhankelijk van het licht. Deze weg is eenrichtingsverkeer en je kunt hem met een max. 25f camper rijden en dat snappen we heel goed.
Zoutvlaktes Badwater
Devil's Golfcourse
Artist Palette
Tussen Shoshone en Badwater zijn we helemaal niemand tegengekomen behalve wat we denken dat een stekelvarken of iets dergelijks was. Dus ruim 2,5 uur helemaal alleen. Na Artist Drive ben je al snel in Furnace Creek waar een resort zit en onze camground, Furnace Creek campground. Als eerste stoppen we bij het visitor center en hier gaat het fout. We zien beide de overkapping van auto's over het hoofd, een flinke knal volgt en ja hoor, we hebben schade. Een stuk van dak boven de cabine is beschadigd en een stuk van het stof bij de slide out. We zijn beide natuurlijk even flink van slag, maar bellen snel Road Bear om de schade te melden en te vragen wat te doen. Cyriel wordt heel vriendelijk te woord gestaan en de conclusie is dat we gewoon verder kunnen reizen. Misschien alleen even het gat wat dichtmaken met tape, maar dat heeft geen haast. De man van Road Bear zei zelfs lachend dat we in Death Valley toch geen regen krijgen. Als kleine goedmakertje zien we een roadrunner (miepmiep).
Nadat we even bijgekomen zijn in het heerlijk koele visitor center (buiten is het inmiddels al 46 graden) zoeken we een plekje op op de campground. In Death Valley is het nu laagseizoen vanwege de hitte en geldt nu first come first serve. Er staat maar één ander voertuig, 's avond zijn er wat mensen bijgekomen. Er zijn een aantal plekken met elektriciteit en die wil je nu ook met deze hitte. Op zijn gemak drentelt er een coyote over de campground.
We gaan naar Furnace Creek Ranch om wat hout te kopen, wat te drinken bij de Corkscrew en pasjes te regelen voor het zwembad waar je voor $5 als bezoeker ook in mag. Het water is warm, maar we verkoelen toch iets. We relaxen een paar uurtjes bij het zwembad en gaan terug naar de campground om te eten. Hier ontdekt Cyriel dat zijn brillenkoker weg is met daarin zijn gewone bril. Oh dear... Gelukkig had ik net voor vertrek aan onze reservebrillen gedacht. Cyriel wist zeker dat hij hem niet meegenomen naar de Ranch, dus we halen de hele camper overhoop, zelfs de luikjes buiten openen we voor de zekerheid. Niets... dan toch maar naar de Ranch terug. En ja hoor, Cyriel was hem verloren bij de General Store en ze hadden hem net bij de receptie afgegeven. Pfew.... Omdat we het door al het gedoe en reizen nu echt zat waren, zijn we bij de Corkscrew blijven eten.
Inmiddels geeft de thermometer bij de visitor center 118 graden Fahrenheid aan, dat is 47,8 graden Celsius.
Als laatste rijden we een kwartiertje naar Zabrinskie Point voor de zonsondergang. Dit is bovenop een soort duin en hier haalt een gozer halsbrekende toeren uit om naar beneden te komen waar hij vervolgens paniekerig begint te zoeken. We vermoeden dat zijn drone daar ergens gecrashed is, zouden niet weten waarom je anders zo wild rondrend daar.
Vanacht wordt het niet kouder dan 30 graden, dus de airco gaat meteen aan als we terug zijn. We zitten nog een tijdje buiten om naar de sterren te kijken. In Death Valley heb je nog de 'echte' sterrenhemel zonder lichtvervuiling. Helaas voor ons verlicht de maan de hemel flink, dus alhoewel het zeker fantastisch om daar zo te zitten in deze warmte, is het niet spectaculair. We krijgen nog bezoek van een totaal niet bange vreemd uitziende muis (later geïndentificeerd als kangaroo rat), hiermee komt onze 'wildlife' sitings vandaag op 4. Dat is meer op één dag dan onze totale campertrip in 2012 volgens mij.
Ondanks de herrie van de airco zijn al snel in coma.

Plaats een bericht